Zeven lessen uit het Tibetaanse dodenboek

Lessen betekenisvol voor ons leven

Uit het Tibetaanse dodenboek (zie de literatuurlijst achterin) is een groot aantal lessen te trekken die van directe betekenis zijn voor de kwaliteit van ons leven. Mijn opvatting is dat het Tibetaanse dodenboek daar ook voor bedoeld is: het is bedoeld ons te helpen een kwaliteitsvol leven te leiden. We kunnen dat als we er van overtuigd zijn dat ons leven eindig is, tijdelijk is. Als we het daarmee eens zijn, wordt het ons waarschijnlijk helderder hoe we een kwaliteitsvol leven kunnen leiden omdat onze prioriteiten daarmee helderder worden.

Ik beschrijf hieronder een zevental levenslessen waarvan ik vind dat we die van het Tibetaanse dodenboek kunnen leren. Deze lessen zijn ook soms impliciet, soms expliciet te vinden in de boeken die ik heb geschreven. Mijn boeken zijn namelijk mede door het Tibetaanse dodenboek geïnspireerd. Zie de home pagina.

Mocht de lezer daar eigen ideeën over hebben, dan wordt een reactie via contact zeer op prijs gesteld.

Sebo Ebbens

De zeven levenslessen

Hieronder zijn de zeven levenslessen te vinden. De levenslessen zijn: vertrouwd raken met onze geest (1), onze gewoontepatronen verzachten (2), de vier bardos ook in ons dagelijks leven herkennen (3), omgaan met de intensiteit van het bestaan (4), verbinding maken met het heldere natuurlijke gewaarzijn (5), vriendelijk en meedogend zijn voor onszelf en anderen (6), en omgaan met de verscheidenheid aan verschijnselen via de vijf wijsheden (7).

Levensles 1. Vertrouwd raken met onze geest.
Het is belangrijk om vertrouwd te raken met onze geest. Onze geest stuurt ons namelijk in ons dagelijkse leven via onze opvattingen, ons denken, onze gevoelens, onze emoties, onze waarnemingen, en onze ervaringen. Dat zijn allemaal aspecten van onze geest. Als we daarmee vertrouwd zijn, kunnen we ze zo inzetten dat we onszelf en anderen gelukkiger maken. Als we er niet vertrouwd mee zijn, weten we niet wat mogelijke effecten zijn.

Een tweede reden waarom het belangrijk is vertrouwd te raken met onze geest is dat tijdens en na ons sterven, we het alleen met onze geest moeten doen. Ons lichaam is immers uiteengevallen. De veronderstelling in het Tibetaans boeddhisme is dat, als ons lichaam uit elkaar is gevallen, de geest doorgaat. Over het vertrouwd raken met onze geest is meer te vinden in de hoofdstukken 1, 2 en 4 van ‘Op de golven van geboorte en dood’, in de hoofdstukken 2 t/m 4 van ‘Vriendelijk en vol mededogen’, en in de hoofdstukken 8 en 9 van ‘Stralend in de Wereld’.

Onze geest heeft lang niet altijd onze aandacht. Wel zorgen we meestal goed voor ons lichaam maar we doen dat niet voor onze geest. Zo douchen we elke dag, poetsen onze tanden, eten goed, en gaan naar de tandarts of de dokter als er iets aan de hand is. Aan onze geest besteden we minder aandacht: we nemen bijvoorbeeld niet elke dag de tijd om te kijken hoe onze geest er die dag voor staat. Als we met onze geest vertrouwd willen raken, zouden we dat wel moeten doen. Vrijwel alle tradities in het Tibetaans boeddhisme besteden daar uitgebreid aandacht aan. Zij kennen ook allemaal een opbouw in het vertrouwd raken met onze geest, vaak via een pad van meditatie. De eerste stap in die opbouw is dat we moeten erkennen we dat we een geest hebben. Als we niet erkennen dat we een geest hebben, zullen we altijd anderen of iets anders verantwoordelijk maken voor wat ons overkomt. We zeggen dan dingen als ‘dat mij weer mocht overkomen’; ‘waarom ben ik het altijd die dit soort dingen meemaakt’; of ‘de wereld is tegen mij’. Door dat soort dingen te zeggen zijn we zelf niet verantwoordelijk voor wat we meemaken. Als we beseffen dat we een geest hebben, weten we ook hoe we mee verantwoordelijk zijn voor wat ons overkomt. We weten dan ook beter wat we kunnen doen om ons eigen geluk, onze eigen vrijheid te creëren. Zie ook les 5.

Levensles 2. Onze gewoontepatronen verzachten, lichter maken.
Het is belangrijk om in het licht van ons leven en ons sterven onze gewoontepatronen lichter te maken. In het Tibetaanse dodenboek het de bardo van ons leven ‘de natuurlijke bardo van leven’. Het woord ‘natuurlijk’ wijst naar de ‘vanzelfsprekendheid’ van onze gewoontepatronen. Als we bijvoorbeeld een zware levenshouding hebben met zware gewoontepatronen zoals wanneer we dingen somber inzien, zal ons leven ons zwaar vallen. Maar ook ons sterven zal ons dan waarschijnlijk zwaar vallen. Als onze gewoontepatronen lichter zijn, is ook ons leven lichter en zal ook ons sterven ons waarschijnlijk minder zwaar vallen. Zie ook les 6.

In het levensrad (een tekst van de Boeddha) wordt redelijk nauwkeurig omschreven hoe wij op basis van onze gewoontepatronen ons eigen lijden en gedoe creëren en wat daarvan de consequenties zijn. Volgens de theorie van het levensrad komen we, afhankelijk van onze psychologische gesteldheid, op basis van die gewoontepatronen in één of meer van de zes rijken. In elk van de rijken staat ons lijden en gedoe op een specifieke manier centraal. Daarnaast wordt in deze tekst omschreven hoe we onszelf kunnen trainen om met dat lijden en gedoe in de verschillende rijken lichter om te gaan of er zelfs helemaal uit te stappen.

In het levensrad wordt gesteld dat er twee fundamentele oorzaken zijn voor ons lijden en gedoe. De eerste oorzaak is dat we voortdurend onze gewoontepatronen honoreren en die versterken. De tweede oorzaak is dat we steeds onze belemmerende emoties en opvattingen inzetten, zoals boosheid, jaloezie, gehechtheid, onwetendheid of een gevoel van te kort schieten. Ditzelfde gebeurt als we sterven. Als we ook daar onze gewoontepatronen en onze belemmerende emoties honoreren, hebben we geen tot weinig invloed op ons stervensproces en wat daarna gebeurt. Zie ook les 3.

Over het levensrad verschijnt binnenkort een klein boekje van Sebo Ebbens. Zie hieronder. 

Levensles 3. De vier bardos ook in ons dagelijkse leven herkennen, met name de tussenfase.
De vier bardos of overgangen in het Tibetaanse dodenboek zijn de bardo van ons leven, die van ons sterven, die van de tussenfase kort na ons sterven, en de bardo waarin we op zoek gaan naar een nieuwe wedergeboorte. Deze bardos of overgangen vinden in het klein ook plaats in ons dagelijks leven. We ondernemen een specifieke activiteit (‘de bardo van het leven’), die activiteit stopt (‘de bardo van het sterven’), we hangen even tussen die activiteit en een nieuwe activiteit die meestal nog moet ontstaan (‘de tussenfase’), en we beginnen een nieuwe activiteit (‘de bardo van de wedergeboorte’). Met name de tussenfase wordt als levensles als belangrijk gezien.

Die tussenfase heeft namelijk als kenmerk dat de oude situatie gestopt terwijl we nog niet weten hoe onze nieuwe situatie eruit zal komen te zien. We weten dus in de tussenfase niet wat ons te wachten staat. In die tussenfase kunnen we daarom oefenen met ‘niet weten en niet hoeven te weten’. Die tussenfase geeft ons daarmee de mogelijkheid om ons even te bevrijden van het inzetten van al onze gewoontepatronen en even fris naar situaties te kijken. We hebben daar de mogelijkheid om ons dan van onze gewoontepatronen en belemmerende emoties te bevrijden. Zie levensles 2.

Naarmate we meer ervaring hebben opgedaan met die tussenfase tijdens ons leven, helpt dat ons ook kort na ons sterven. Daar geeft het ons de mogelijkheid om ons te bevrijden van onze cyclus van geboorte en wedergeboorte. In de hoofdstukken 1 en 7 en bij beoefening 12 van het boek ‘Op de golven van geboorte en dood’ wordt uitgebreid aan dit denken aandacht besteed.

Levensles 4. Omgaan met de intensiteit van het bestaan.
In het Tibetaanse dodenboek wordt regelmatig geschreven hoe intensief onze reis is tijdens en na ons sterven. We zijn daar immers kwetsbaar omdat we geen lichaam meer hebben om ons te beschermen. Als we ons daar ongelukkig voelen, kunnen we niet meer even douchen, kunnen we niet even een sandwich maken, of een borrel inschenken. We zullen dus direct moeten kunnen omgaan met wat zich aan ons voordoet. We doen dat als we die werkelijkheid nemen zoals die is. We hebben op dat moment geen andere keuzes. Omgaan met de directe werkelijkheid in ons leven zal ons prima op die reis voorbereiden. In het boek ‘Op de golven van geboorte en dood’ wordt hier regelmatig aandacht aan besteed.

Levensles 5. Verbinding maken met het natuurlijke heldere gewaarzijn.
In het Tibetaanse dodenboek is er veel aandacht voor het natuurlijke heldere gewaarzijn. Dat is een inherente kwaliteit die we bezitten en die te voorschijn komt als we ons vol openen voor wat zich in ons en aan ons voordoet. Dat natuurlijke heldere gewaarzijn bezit vier kwaliteiten. Het kent de kwaliteiten van openheid (1), van weten dat we open zijn (2), van helderheid over wat er moet gebeuren (3); en de vanzelfsprekendheid van mededogen (4). Als we in verbinding staan met het natuurlijke, heldere gewaarzijn, staan we in directe verbinding met wat zich in ons en aan ons voordoet en zijn we bevrijd van ons lijden en gedoe. Deze kwaliteiten komen we in ons dagelijks leven regelmatig kort tegen. Dat herkennen en verder vormgeven helpt ons een beter en directer leven en te leiden. Ook is dat belangrijk in onze relatie tot ons sterven en daarna. Met name de beoefening van meditatie helpt ons om met dit natuurlijke heldere gewaarzijn verbinding te maken. Zie verder de boeken ‘Op de golven van geboorte en dood’ en ‘Vriendelijk en vol mededogen’.

Over de helderheid in het natuurlijke heldere gewaarzijn: de helderheid toont zich in de vorm van de vijf wijsheden. Zie levensles 7 en het boek ‘Stralend in de wereld’.

Levensles 6. Vriendelijk en meedogend zijn voor onszelf en anderen.
We kunnen de verschillende levenslessen beter tot ons laten doordingen als we én vriendelijk en mededogend zijn voor onszelf, én vriendelijk en meedogend zijn voor anderen. Het is daarbij met name belangrijk om bij het inzetten van ons mededogen een goede balans te vinden tussen aardig, meedogend zijn voor onszelf, en aardig, meedogend zijn voor anderen. Veel mensen vinden het moeilijk die balans vorm te geven. Ze vinden bijvoorbeeld dat ze niet goed genoeg zijn of niet genoeg te bieden hebben. Wel zijn ze vaak aardig voor anderen. Veel mensen doen daarin zichzelf te kort. Sommigen doen anderen te kort. Het boek ‘Vriendelijk en vol mededogen’ beschrijft hoe belangrijk het is om die balans te hebben, en biedt er ook oplossingen voor aan. Er is ook een kleiner boekje verschenen waarin hier aandacht voor is: ‘Vertrouwd raken met mededogen, de 59 spreuken van Atisha’.

Ook is het bijzonder belangrijk om meedogend te zijn als we in verbinding willen komen met ons natuurlijke heldere gewaarzijn. We kunnen ons alleen daarmee verbinden als we onszelf en de situatie om ons heen vol geaccepteerd hebben. Aan dit onderwerp besteden alle drie boeken aandacht.

In alle drie de boeken spelen de beoefening van meditatie (zie levensles 1 en 5) en de beoefeningen van ‘tonglen’ en ‘de innerlijke en behulpzame vriend(in)’ een belangrijke rol bij de vormgeving van onze vriendelijkheid en ons mededogen. Deze drie beoefeningen tezamen helpen ons om te accepteren wat zich in ons en aan ons voordoet. In de boeken ‘Op de golven van geboorte en dood’ en ‘Vriendelijk en vol mededogen’ zijn deze beoefeningen daarom opgenomen. In een herziene versie van ‘Stralend in de wereld’ zal dat t.z.t. ook gebeuren.
De beoefening van meditatie helpt ons om vriendelijk voor onszelf te zijn, vertrouwd te raken met onze eigen geest (zie levensles 1) en uiteindelijk vertrouwd te raken met ons natuurlijke heldere gewaarzijn (zie levensles 5).
De beoefening van tonglen leert ons te openen voor datgene wat een vorm van weerstand oproept, bijvoorbeeld het lijden en gedoe van iemand anders.
De beoefening van de innerlijke vriend(in) leert ons volledig te accepteren wie we zijn. De direct daaraan gekoppelde beoefening van de behulpzame vriend(in) leert ons onszelf vol te openen voor anderen.

Levensles 7. Omgaan met de verscheidenheid aan verschijnselen die zich in ons en aan ons voordoen via de vijf wijsheden.
De vijf wijsheden in het Tibetaans boeddhisme zijn volgens de Tibetanen dekkend als een beschrijving van hoe we kunnen omgaan met de verscheidenheid aan verschijnselen zoals die zich in ons en aan ons voordoen. Dat kan gaan over een directe verstandige (wijze) omgang met anderen. dat kan ook gaan over een directe en verstandige omgang met de verscheidenheid aan verschijnselen. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan de omgang met de seizoenen, de inrichting van een huis, of onze projecties. Het boek ‘Stralend in de wereld’ gaat vooral over de omgang met onszelf en anderen, en over de omgang met de verschillende emoties die we bezitten.

In het Tibetaanse dodenboek gaat het ook over de omgang met onze emoties, maar ook over de omgang met de grote verscheidenheid aan verschijnselen die zich in de bardos rond het sterven in ons en rond ons voordoen. Dit laatste doet zich met name in de heldere bardo van dharmata, de 3e bardo van de vier bardos, voor. Als we de verschijnselen daar accepteren en kunnen verbinden aan ons natuurlijke heldere gewaarzijn, zijn we bevrijd en stopt de cyclus van leven en sterven. Zie ook levensles 5.

Samenhang in de 7 levenslessen
De 7 levenslessen kennen een grote onderlinge samenhang. Daarom wordt er vaak onderling naar de verschillende levenslessen verwezen.
Voorbeelden: de vijf wijsheden gaan ervan uit dat we vriendelijk en meedogend zijn voor onszelf en anderen. Anders werken ze niet. We moeten immers erkennen wat zich in ons en rond ons afspeelt om de wijsheden te kunnen inzetten. Ook veronderstelt het inzetten van de vijf wijsheden dat we in elk geval deels onze gewoontepatronen verzacht hebben. Anders zijn we niet in staat om open naar onszelf en de situaties te kijken. Datzelfde geldt als we verbinding willen krijgen met ons natuurlijke heldere gewaarzijn. Wel kunnen we, omdat we al vaak even open zijn, er zo nu en dan mee kennismaken.De genoemde beoefeningen zijn beoefeningen die ons daarbij zeer kunnen ondersteunen, en die ervoor kunnen zorgen dat we vertrouwd raken met onze geest. Die helpen ons ook in intensieve situaties en situaties waarin we het even niet weten. We zijn met die beoefeningen namelijk in staat om onze geest wat getemd te krijgen, zodat onze gedachten niet meer alle kanten uitspringen.

Op deze website staan nog zestal andere afgeleide inzichten, ook geïnspireerd door het Tibetaanse dodenboek. Die lessen gaan over professionele standaarden voor stervensbegeleiding (2), visie op abortus (4), visie op euthanasie (5), visie op orgaandonatie (6), visie op zelfdoding (7) en visie op pijnmedicatie (medicatie of meditatie?, 8).

Het Tibetaanse dodenboek
Padmasambhava (Coleman, G. with Jinpa, T., Editors (2005)). The Tibetan Book of the Dead, the Great Liberation by Hearing in the Intermediate States. London: Penguin Books

Klein boekje van Sebo Ebbens
Ebbens, S. (2022b). Vertrouwd raken met mededogen: de 59 spreuken van Atisha, 2e versie. Eigen uitgave

Nog te verschijnen boekjes van Sebo Ebbens
Ebbens, S. (januari 2023). Het levensrad. Eigen uitgave
Ebbens, S. (zomer 2023). Open momenten creëren. Het versterken van aandacht en gewaarzijn in dagelijkse activiteiten. Eigen uitgave