Zelfdoding

Een boeddhistisch perspectief

Zelfdoding 

In het boek van Sebo Ebbens ‘Op de golven van geboorte en dood’ is in deel 1 de theorie van de Tibetaans boeddhistische visie op leven en sterven besproken. In deel 2 zijn diverse beoefeningen aan deze theorie gekoppeld. In de verschillende beoefeningen wordt er regelmatig naar de theorie hoofdstukken verwezen.

De onderstaande tekst is een aanvulling op de rijkdom aan beoefeningen in het boek. De tekst gaat over een boeddhistische visie op zelfdoding. Dé boeddhistische visie bestaat niet, er wordt gesproken over ‘een’ visie. De reden is dat lang niet alle boeddhisten hetzelfde over dit onderwerp denken. Daarom hieronder eerst een (!) Tibetaans boeddhistisch perspectief met argumenten (1). Daarna wordt gekeken naar  wat de regels, wetten, afspraken zijn bij zelfdoding in de Nederlandse situatie (2). Bij 3. wordt beschreven of en hoe deze twee verschillende perspectieven eventueel met elkaar te verbinden zijn. Tot slot zijn er wat bronnen en verwijzingen (4

1. Een boeddhistisch perspectief op zelfdoding


Gedachten over doodgaan en de wens een eind maken aan ons leven, is niet ongewoon. Velen van ons hebben dergelijke gedachten wanneer het leven tegenzit of wanneer er aan het lijden in ons leven geen einde lijkt te komen. Onszelf doden is echter iets anders dan het overwegen.

De Tibetaans boeddhistische visie is dat een zelfgekozen dood geen einde maakt aan ons lijden. Het maakt wel een eind aan het lijden op dit moment, maar het maakt geen eind aan het lijden op zichzelf. De reden daarvoor is dat we in de visie van het Tibetaanse boeddhisme in een cyclus van leven, sterven en wedergeboorte zitten. Dat houdt in dat we datgene wat we in ons leven meemaken, dus ook wat we meemaken aan lijden en gedoe en wat we niet oplossen, meenemen naar een volgend bestaan. Zo nemen we die gewoontepatronen mee naar een volgend bestaan die er mede voor zorgen dat ons lijden steeds kon ontstaan. Als we bijvoorbeeld gewend zijn veel ruzie met anderen te hebben, gaat een dergelijk gewoontepatroon mee. In deze visie lost zelfdoding wel op korte termijn de directheid van ons lijden op maar op de langere termijn gebeurt dat niet. Om er verder op in te kunnen gaan, is het belangrijk toe te lichten wat de boeddhisten onder lijden verstaan.

De vier waarheden van lijden, gedoe, ongemak, disbalans
Onder lijden wordt verstaan ontevredenheid, ongemak, gedoe, disbalans. Dat ontstaat omdat gebeurtenissen zich aan ons voordoen die we niet willen, of omdat we iets willen wat we niet krijgen. Iets niet willen wat we wel krijgen kan zowel een ziekte zijn, als dwingende gedachten die we moeilijk kunnen hanteren, als een ongewenst of niet gepast cadeautje op onze verjaardag. De eerste twee zijn natuurlijk veel ernstiger dan de laatste maar bij beide werken dezelfde krachten: we willen het niet, terwijl het wel gebeurt. Op dezelfde manier kunnen we iets willen wat we niet hebben. In beide gevallen is er ongemak, gedoe, disbalans. Dat noemen de boeddhisten lijden.

Alle boeddhisten zeggen daarbij dat het leven zoals zich dat aan ons aandient, altijd (!) vormen van lijden kent. Dat is de eerste edele waarheid van het lijden: dat gebeurt. Ze zeggen ook dat er redenen zijn waarom we lijden. Daar is een oorzaak voor. De oorzaken zijn kort samengevat dat we afhouden wat ons niet bevalt, en hechten aan wat wel bevalt. Omdat de boeddhisten ook de opvatting hebben dat dingen niet blijvend zijn maar veranderlijk, leidt afwijzen van of vasthouden aan wat we hebben altijd tot lijden, gedoe, ongemak en disbalans. Altijd!! Dat geldt ook voor het lijden zelf. Als we het lijden afwijzen door zelfdoding, creëren we extra lijden. Dat betekent niet dat het gemakkelijk is om met de verschillende vormen van lijden en gedoe om te gaan. Dat kan behoorlijk lastig zijn als het gaat om specifieke heftige demonen die zich regelmatig aan ons voordoen, zoals onverwachte heftige emoties, regelmatige depressies, grote gevoeligheid tezamen met een gevoel van onrechtvaardigheid, groot gevoel van falen omdat iets wat we wilden niet tot een goed einde is gebracht om welke redenen dan ook. Groot kan het lijden zijn.

De boeddhisten spreken daarna nog over de derde en vierde edele waarheid van het lijden. Zij zeggen dat we kunnen stoppen met lijden en dat we dat kunnen stoppen door een boeddhistische pad te lopen. De beoefening van meditatie wordt daar vrijwel altijd bij inbegrepen. Ook is het mogelijk hulp te vragen aan mensen die onze problematiek begrijpen. Een boeddhistisch pad is in tegenstelling tot directe hulp een investering op langere termijn. Een boeddhistisch pad helpt omdat we op die manier leren erkennen dat we de dingen moeten nemen zoals die zich aan ons aandienen. Hulp vragen aan iemand die de problematiek herkent en erkent, werkt direct. Het is duidelijk dat sommige vormen van lijden ernstig zijn. Ook dan zal directe hulp ook niet direct oplossingen bieden, maar er gebeurt wel wat.

Wat kan helpen bij de kleinere vormen van lijden is inzien dat de dingen veranderlijk zijn. Zo komt regen na zonneschijn en zonneschijn na regen. Zo zijn we soms chagrijnig en soms tevreden. Als we die tijdelijkheid erkennen als onderdeel van ons bestaan, dan zien we bijvoorbeeld onze stemmingswisselingen als een onderdeel van die tijdelijkheid. Als we dat doen en het lukt ons, zijn we aardiger voor onszelf omdat we meer erkennen wat er is, dan afwijzen wat er is. Wanneer we op die manier vriendschap met onszelf sluiten, zijn we flexibeler in onze omgang met wat zich aan ons voordoet. We reageren dan minder vanuit steeds dezelfde gewoontepatronen. Zie voor meer over tijdelijkheid hoofdstuk 2 in het boek ‘Op de Golven van Geboorte en Dood’.

2. Zelfdoding in de Nederlandse situatie

Zowel in Nederland als in België is een poging tot zelfdoding niet strafbaar. Anders is het bij hulp bij zelfdoding. Dat valt onder dezelfde regels als bij euthanasie: alleen een arts mag hulp bij zelfdoding geven en alleen onder strikte voorwaarden. Die hulp kan alleen worden gegeven als er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden en de patiënt een vrijwillig en weloverwogen verzoek gedaan heeft. Arts en patiënt kunnen tot de keuze voor hulp bij zelfdoding komen als ze ervan overtuigd zijn dat er voor de situatie geen redelijke andere oplossing is. Ook moet ten minste één andere, onafhankelijke arts tot die conclusie komen. Levensbeëindiging op verzoek is in Nederland strafbaar, tenzij een arts zich houdt aan de zorgvuldigheidseisen die in de wet zijn opgenomen. In de euthanasiewet is vermeld hoe een en ander juridisch precies in elkaar zit. Zie ook euthanasie op deze website.

Naast euthanasie bestaat er zelfeuthanasie. Bij zelfeuthanasie ligt het initiatief en de regie in de handen van de persoon zelf. Bij zelfeuthanasie verzamelt iemand zelf, soms met hulp van naasten, één of meer middelen die in de juiste combinatie dodelijk zijn en dient die zichzelf toe. In zo’n geval is in de Nederlandse situatie de euthanasiewet niet van toepassing.

3. De twee perspectieven verbinden

(Hiernaast een afbeelding van ‘the house of suicide’ van John Heiduk in Praag, 2015)
De meeste boeddhisten zijn meedogend in hun benadering naar het lijden van anderen. Ze beseffen ten volle dat niet iedereen het even gemakkelijk heeft. Ze kunnen zich daarbij goed voorstellen dat het lijden zo uitzichtloos is dat mensen geen oplossingen meer zien. Meestal denken ze dat er mogelijkheden zijn om dat op te lossen op óf een boeddhistisch pad en/óf met hulp van anderen en/óf medicatie en/óf in combinatie. Maar ze kunnen zich goed voorstellen dat anderen daar anders over denken.

Als dat laatste het geval is, er nog nauwelijks licht aan de horizon te zien is en zelfdoding onvermijdelijk lijkt, is het belangrijk de zelfdoding niet te veroordelen. Ook is het belangrijk dat niet te doen ondanks de visie dat zelfdoding op langere termijn het lijden niet oplost. Integendeel. Zelfdoding betekent dat er diep lijden is. Daar kunnen we alleen maar meedogend over zijn. In een dergelijke situatie is het mogelijk tonglen toe te passen om iemand te helpen (zie beoefening 9 in het boek van Sebo Ebbens). Ideaal is het als we er eerder bij kunnen zijn en eerder iemand hadden kunnen helpen om anders naar de eigen situatie te kijken. Die signalen zijn er al wel vaak. Maar dat is niet alleen aan hen. Het is ook aan degene die zelfdoding wil plegen om een hand uit te steken en hulp te vragen.

Belangrijk is dat we ons realiseren dat we goed voor onszelf moeten zorgen ook als we de neiging tot depressie hebben, omdat depressie genadeloos is. We weten vaak wel wat er aan de hand is maar de depressie vreet tegelijkertijd alle gedachten op die gaan over goed voor jezelf zorgen. Om daaruit te komen is een stevige aanpak nodig met veel ondersteuning, eventueel met hulp van medicatie.

Meditatie kan helpen in lichtere gevallen, eventueel samen met ondersteuning. Mediteren is niet iets dat goed is voor alleen ‘oh wat is het leven mooi’-typen. Het is voor iedereen die in een grote overgang zit, die veel stress kent, die angstig is, die een zwaar gemoed heeft. Mediteren helpt omdat we tijdens de meditatie leren te erkennen hoe het met ons gaat en hoe het met onze al dan niet wilde geest gaat. Herkennen en erkennen daarvan is een kenmerk van vriendschap met jezelf.

Het is belangrijk het hier met elkaar over te hebben. Vaak is er een sociaal stigma over diep leed. Maar ook in het boeddhisme zijn er stigma’s. Depressie (als voorbeeld) wordt daar soms gezien als één van de vele vormen van lijden. Meditatie zou dan moeten helpen. Maar zo gemakkelijk is het niet. De Boeddha heeft geen depressie-soetra geschreven. Bij een depressie is er vrijwel altijd ook andere ondersteuning nodig eventueel met behulp van medicatie. Meditatie is in zo’n situatie niet voldoende. In een enkel geval is het zelfs ongewenst. We moeten in het Westen uitvinden hoe boeddhistische inzichten hier het beste bij kunnen helpen.

4. Bronnen, achtergrondinformatie