Vriendelijkheid en mededogen

Vriendelijkheid en mededogen

Op basis van de reacties van veel deelnemers aan de verschillende cursussen rond ‘Leven en Sterven’ springen twee onderwerpen naar voren. Dat zijn de onderwerpen ‘vriendelijkheid en mededogen’ en ‘de vijf Tibetaanse wijsheden’ (klik op de vijf wijsheden voor meer informatie). Deze twee onderwerpen blijken een belangrijke rol te spelen in het denken over de Tibetaanse visie op leven en sterven. Natuurlijk spelen ook andere onderwerpen een belangrijke rol. Denk aan de shamatha meditatie die ons helpt onze geest tot rust te brengen, en begrippen als tijdelijkheid en onderlinge afhankelijkheid, die ons helpen de dingen minder solide te zien, zijn belangrijk. Maar voor veel deelnemers blijken vooral de onderwerpen vriendelijkheid en mededogen (voor onszelf en anderen) en de vijf wijsheden aan te spreken. Om die reden hebben we daar een apart aanbod van gemaakt. 

Over het verder ontwikkelen en versterken van vriendelijkheid en mededogen

Het Tibetaans boeddhisme kent een grote verscheidenheid aan trainingen in vriendelijkheid en mededogen. ‘Training’ is overigens een iets te groot woord. In het Tibetaans wordt eerder gesproken over ‘vertrouwd raken met’. Het gaat dan om vertrouwd te raken met vriendelijkheid en mededogen door erover te lezen, het te bestuderen, het uit te proberen om de ervaringen daarna met elkaar te bespreken, om het daarna nogmaals door te lezen en het opnieuw te proberen. Enzovoort. Mededogen is daarbij krachtiger dan vriendelijkheid. Het gaat bij vriendelijkheid om het herkennen en erkennen van de ander en diens situatie (en die van onszelf). Bij mededogen gaat het om het ondersteunen van anderen om zich te (kunnen) bevrijden van hun lijden, gedoe en disbalans. Zie de tekst hiernaast van Dzogchen Ponlop Rinpoche. 

Binnen de context van ‘Leven en Sterven’ is gekozen voor vier vormen van vertrouwd raken met vriendelijkheid en mededogen. Dat betreft de diverse beoefeningen rond vriendelijkheid en mededogen uit deel 2 van het boek van Sebo Ebbens (1); de 59 spreuken van Atisha (2); de 8 coupletten van Langri Tangpa (3); en de 6 paramitas van Shantideva (4).

Omdat de beoefeningen plaats vinden binnen de bardos van leven en sterven, zal er bij elk van de 4 benaderingen aandacht zijn voor hoe we die specifieke beoefeningen kunnen gebruiken in de verschillende bardos. Ook zal er aandacht zijn voor hoe we via die specifieke beoefeningen contact kunnen maken met ons inherente mededogen. In het boek van Sebo Ebbens wordt dat het natuurlijke heldere gewaarzijn genoemd. Ons inherente mededogen is daar een directe manifestatie van.

Meer werkwijzen over mededogen zijn te vinden op de website ‘toegepast boeddhisme’. Klik op https://toegepast-boeddhisme.nl/overzicht-groep-5-mededogen

1. Mededogen in deel 2 van het boek
In deel 2 van het boek van Sebo Ebbens staat een aantal beoefeningen die direct te maken hebben met het verder ontwikkelen en versterken van onze vriendelijkheid en ons mededogen. Eén van de mogelijkheden in het Tibetaans boeddhisme is om daarbij gebruik te maken van visualisaties. Dat gebeurt dan minder door het bestuderen van teksten maar door visualisaties. In de praktijk is het vaak een combinatie van die twee, omdat er ook studie nodig is om ons de visualisaties te begrijpen. In deel 2 staat een aantal beoefeningen beschreven waar visualisaties centraal staan. Dat zijn de beoefening van Chenrezig (Avalokiteshvara, beoefening 18), de verschillende beoefeningen van Amitabha (beoefening 19), de essentiële phowa beoefeningen (beoefening 14), de beoefening van de innerlijke en behulpzame vriend(in) (beoefening 16), en de beoefening van tonglen (beoefening 9). 

Naast de visualisaties staan er in deel 2 nog een aantal andere beoefeningen die ons helpen onze vriendelijkheid en ons mededogen te versterken. Dat geldt bijvoorbeeld de beoefeningen: vriendelijkheid (beoefening 6); goed in het begin, midden en einde (beoefening 8); en vergeven (beoefening 11). 
Als dit het onderwerp is van een cursus is het noodzakelijk het boek van Sebo Ebbens aan te schaffen: ‘Op de golven van geboorte en dood. Goed leven en sterven in boeddhistisch perspectief‘. Het boek is uitgegeven bij Asoka (2019).

2. De 59 spreuken van Atisha

Atisha leefde in de 11e eeuw en heeft de 59 spreuken geformuleerd die tezamen de ontwikkeling en versterking van ons mededogen vormgeven. Die spreuken zijn nog steeds geldig. Een deel van de spreuken zijn praktische spreuken die direct inzetbaar zijn. Een ander deel van de spreuken gaat over onze grondhouding. Van het eerste is een voorbeeld te vinden op de website toegepast boeddhisme. Klik op vijf spreuken voor meer informatie. De tweede serie spreuken gaan over hoe noodzakelijk het is om onszelf minder belangrijk te maken als we anderen willen helpen. De visie daar is dat we minder grond onder onze voeten hebben dan we vaak denken. Als we dat inzien is het gemakkelijker om vriendelijker en meedogender te zijn voor anderen. De tonglen beoefening (zie tonglen) is daar een voorbeeld van.
Over de 59 spreuken van Atisha is een Nederlandse tekst beschikbaar. Die tekst kan worden aangeschaft

3. De 8 coupletten van Langri Tangpa

Langri Tangpa leefde in dezelfde tijd als Atisha. Hij schreef 8 coupletten waarin hij advies geeft over de verschillende facetten van mededogen. Omdat het ‘slechts’ over 8 coupletten van 4-5 regels gaat, is zijn benadering een meer compacte benadering naar mededogen dan de ontwikkeling en versterking van het mededogen via de 59 spreuken van Atisha. De basis in de benadering van Langri Thangpa is tweeledig:

  1. Het gaat er allereerst om dat we onszelf vertrouwd maken met de gelijkwaardigheid van onszelf en anderen. Wij zijn niet beter dan anderen, we zijn niet minder dan anderen;
  2. Het gaat er daarna om dat we onszelf vertrouwd maken met het uitwisselen van zelf en ander. Dat betekent dat het belangrijk is tonglen te beoefenen 

De eerste 6 coupletten gaan over het eerste onderdeel. Het 7couplet gaat over het tweede onderdeel. Het 8e couplet gaat erover dat we onszelf minder serieus moeten nemen omdat we niet zo veel grond onder onszelf hebben als we denken. Dat is beter uit te drukken als: we moeten onszelf wel serieus nemen maar niet te serieus.
Over de 8 coupletten van Langrit Thangpa is een Nederlandse tekst beschikbaar. Die kan worden aangeschaft.

4. De 6 paramitas van Shantideva

Shantideva leefde in de 8e eeuw. Hij gaf les op de beroemde universiteit van Nalanda in Noord India over de zes paramitas. Paramita (Sanskriet) betekent een ego-overstijgende handeling. Para is overstijgend, mita is handeling. Als een handeling ego-overstijgend is, zijn we minder met onszelf bezig en zien we beter wat die ander nodig heeft. Als we zien wat de ander nodig heeft, is de kans groter dan we doen wat nodig is om te doen.
De zes handelingen zijn: vrijgevigheid, discipline (hier betekent discipline: handelen met aandacht), geduld (wachten tot de ander er klaar voor is), vreugdevolle inspanning, meditatie in actie en intelligentie (in het Sanskriet Prajna. Prajna betekent: inzien wat nodig is om te doen).
Over de zes paramitas is een Nederlandse tekst beschikbaar. Die kan worden aangeschaft.