Vol aanwezig zijn

In de boeddhistische traditie speelt het begrip ‘aanwezigheid’ een belangrijke rol. Aanwezigheid betekent dat we er op dit moment (nu!) vol zijn met wat zich aan ons en in ons voordoet; en dat we vol zijn waar we zijn (hier!). Zie de foto hierboven. Het is mogelijk om het begrip aanwezigheid, aanwezig zijn te beschrijven met behulp van de begrippen lichaam, spraak en geest. 

De drie poorten
Als we vol aanwezig willen zijn is het belangrijk dat we ons lichaam, onze spraak (onze communicatie en interactie) en onze geest (ons denken, onze opvattingen, …) met elkaar in overeenstemming brengen. Dat gebeurt als eerste als we alle drie laten rusten. Dat betekent voor ons lichaam dat we nergens naar toe hoeven, dat we zijn waar we zijn. Dat betekent voor onze spraak, onze communicatie en interactie, dat we tot niemand het woord hoeven te richten, met niemand een interactie hoeven aan te gaan, ook niet met onszelf. Dat hoeft nu niet, dat hoeft straks ook niet. Dat betekent voor onze geest dat we onze aandacht, onze intenties, onze opvattingen nergens op hoeven te richten. Het is dan niet nodig ergens iets van te vinden, ons af te vragen hoe het met ons gaat, of ons af te vragen hoe het met anderen gaat. Wel is dat er allemaal. We doen daar niets mee. We zijn er ons alleen bewust van. We laten dat alles even rusten. We zijn ons van dat alles wel gewaar, we doen er alleen niets mee.

Aanwezig zijn betekent daarmee dat we er  ‘alleen maar’ hoeven te zijn met wat zich om ons heen en in onszelf voordoet. We hoeven er niets mee. Als we aanwezig willen zijn, doen we daarmee drie dingen: 

  • We zijn gegrond met ons lichaam;
  • We zijn stil wat betreft onze communicatie en interactie; 
  • We zijn inclusief wat betreft onze geest. 

Deze methode van vol aanwezig zijn wordt ook wel ‘het openen van de drie poorten’ genoemd. De drie poorten staan voor ons lichaam, onze spraak en onze geest. Tijdens onze reguliere meditatie doen we feitelijk hetzelfde als wat hierboven staat. Ook dan zijn we goed gegrond aanwezig met ons lichaam en onze adem, hebben we geen interactie met anderen, en proberen we onze geest rustig te krijgen zodat die niet meer alle kanten uitschiet. Waar het bij meditatie vooral gaat om een trainingssituatie, brengen we hier onze ervaringen met de meditatie in de praktijk van alledag. We zijn dan vol aanwezig met wat zich in ons en aan ons voordoet. In het algemeen is het zo dat gegrondheid van lichaam de belangrijkste bijdrage levert. Als ons dat lukt blijkt het verhoudingsgewijs gemakkelijk om de stilte van spraak en de uitgestrektheid van geest toe te passen.

Vreemd?
In de westerse maatschappij vinden we het vaak vreemd om er ‘alleen maar zijn’ en ‘er niets mee hoeven te doen’. We hebben voortdurend het idee dat we van alles moeten. We vinden bijvoorbeeld dat we, als we bij een zieke op bezoek gaan, moeten praten of in elk geval iets moeten doen. We hebben vaak het idee dat, wanneer we anderen niet kunnen helpen met iets, en niets te vertellen hebben, we hen alleen maar tot last zijn. Het idee dat anderen ons vooral beoordelen op wat we zeggen en wat we doen, maakt veel mensen onzeker. In deze visie is dat niet zo. In de visie van vol aanwezig zijn vinden veel mensen het heerlijk om samen te zijn zonder dat er een plan ligt, zonder dat er gesproken moet worden, zonder dat er wat gevonden hoeft te worden: gewoon even naast elkaar zitten of bij elkaar zijn zonder iets te zeggen. Sterker: de opvatting hier is dat wij als ‘wij er zijn’, we de situatie vol accepteren voor wat die is. Ervaringen zijn dat dat juist iedereen goed doet, ook onszelf. Zie ook de werkwijze van de boeddha wijsheid/stijl op deze website. Die sluit daar direct bij aan.

Er voor onszelf zijn
Als we activiteiten ondernemen zonder daarbij al te veel afgeleid te zijn, voelt dat goed. Dat geeft ons rust en ruimte. Dat geldt bijvoorbeeld als we op ons kussen mediteren, rustig op een stoel zitten, of met aandacht lopen. We zijn er dan zonder dat we ons met al te veel dingen tegelijk bezig te houden. We zijn dan met onszelf. Dat wordt versterkt als we de gegrondheid van ons lichaam ervaren.

Als we dat doen, zijn we ook aardig voor onszelf en hebben we zorg voor onszelf. Op zo’n moment doen we ertoe voor onszelf, accepteren we onszelf, en nemen we onszelf serieus (maar niet te serieus). Zo aanwezig zijn veronderstelt dat we onze eigen vriend of vriendin zijn. Als we er op deze manier voor onszelf zijn, wordt dat de innerlijke vriend(in) genoemd. Als we er op deze manier voor een ander zijn, wordt dat de behulpzame vriend(in) genoemd.