Beoefeningen

De Tibetaans boeddhistische visie op leven en sterven in praktijk

Beoefeningen rond leven en sterven: boeddhistisch perspectief 

In deel 2 van het boek van Sebo Ebbens ‘Op de golven van geboorte en dood’ wordt aandacht besteed aan 21 beoefeningen. Hieronder is een overzicht van die beoefeningen te vinden. De beoefeningen 1 t/m 19 kunnen we voor onszelf, voor anderen en met anderen doen. Beoefening 20 gaat vooral over het ondersteunen van onszelf of anderen tijdens en na het sterven. Beoefening 21 gaat vooral over ondersteunen bij verlies (rouwverwerking).
In deel 1 van het boek is een overzicht van de theorie te vinden. Klik op theorie voor meer informatie.

Theorie en beoefeningen zijn zoveel mogelijk aangepast aan de Nederlandse situatie

Deel 2 boek: beoefeningen

 

1. Zeven argumenten

Als eerste beoefening zijn er zeven argumenten gegeven waarom het goed is om de bardos, de verschillende overgangssituaties tijdens ons leven en tijdens en na ons sterven, te bestuderen. Deze reflectie helpt ons gemotiveerd te raken om meer aandacht te geven aan overgangssituaties tijdens ons leven en daardoor de kwaliteit van ons leven te vergroten. 

2. Urgentie om ons op ons sterven voor te bereiden

Deze reflectie helpt ons om ons sterven dichterbij te halen zodat we ons beter op ons sterven kunnen voorbereiden. Door dat te doen, wordt het ons tegelijk helderder waar onze urgentie zit bij het leiden van een betekenisvol leven.

3. Reflecteren op de zes basisverzen

De zes basisverzen van de zes bardos zijn te zien als samenvattingen van de zes bardos. Door daarop te reflecteren raken we meer vertrouwd met wat ons in de verschillende overgangssituaties staat te gebeuren. Deze reflectie kunnen we ondersteunen door studie van de verschillende hoofdstukken in het boek. Als we meer vertrouwd zijn met de overgangssituaties helpt dat om ons om een betekenisvol leven te leiden, en ons op ons sterven en op de relatie tussen beide voor te bereiden.

 

4. Shamatha meditatie

De essentie van de shamatha beoefening is gericht op het temmen van onze geest. We leren met shamatha om onze alle kanten uitspringende geest beter op de plek te houden. Dit is voor alle situaties bij leven en sterven behulpzaam omdat we dan kunnen blijven bij wat zich aan ons voordoet.

 

5. De vier geestdraaiers

Reflecteren op de vier geestdraaiers, ‘de vier spreuken die onze geest in de richting van de dharma draaien’, heeft als doel om onze motivatie te vergroten om dieper in het boeddhisme te duiken en eventueel een boeddhistisch pad te gaan lopen. Door dat te doen leren we onze geest beter kennen. Dat helpt in alle situaties zowel tijdens ons leven als tijdens ons sterven.

 

6. Vriendelijk voor onszelf   en anderen

Deze beoefening in vriendelijkheid helpt ons om vriendschap met onszelf en de situatie om ons heen te sluiten. Een belangrijk kenmerk van vriendschap is dat we erkennen hoe we ervoor staan en hoe de situatie om ons heen ervoor staat. Die houding van vriendelijkheid is tijdens ons leven en sterven belangrijk.

7. Tien (on)deugdzame handelingen

Het inzetten van de 10 deugdzame handelingen maakt dat we minder lijden en gedoe bij onszelf en om ons heen creëren. Het voordeel daarvan is dat we aardiger worden voor onszelf en anderen. Een ander voordeel is dat ons basisgeheugen lichter wordt. Bij ondeugdzame handelingen is het precies andersom. Met een lichter basisgeheugen zijn ons zowel tijdens ons leven als ons sterven lichter.

8. Goed in het begin, midden en eind

Deze beoefening helpt ons om meer mededogen in ons dagelijkse leven te brengen. We doen dat door aan het begin van een activiteit, tijdens de activiteit en aan het eind van de activiteit aandacht te besteden aan mededogen. We kunnen het voor elke activiteit doen, groot en klein. Ervaring daarmee helpt ook tijdens ons sterven.

9. Tonglen beoefening

De beoefening van tonglen is erop gericht ons te openen voor het lijden en gedoe om ons heen om op basis daarvan ons mededogen te versterken. Tonglen wordt gezien als een van de meest krachtigste beoefeningen en kan in alle overgangssituaties toegepast worden. We kunnen dat overal en altijd voor onszelf en anderen doen.  

10. Veranderen van onze houding naar gedoe

In ons dagelijkse leven komen we allemaal lijden, disbalans, gedoe tegen. Deze beoefening helpt ons om daar op een aardigere manier mee om te gaan. Dat maakt ons aardiger naar onszelf en anderen.

11. Vergeven

Vaak dragen we een last uit het verleden met ons mee door gebeurtenissen, die ons vroeger diep en op vervelende wijze geraakt hebben. Als we in staat om te vergeven wat er toen gebeurd is, hoeven we die last niet meer te dragen en kunnen we meer ontspannen. Dat helpt ons tijdens ons leven en tijdens ons sterven. 

12. Omgaan met overgangen

Tijdens ons leven en ons sterven maken we voortdurend kleinere en grotere overgangen mee. Overgangen zijn situaties waarin het verleden voorbij is en de toekomst zich nog niet heeft getoond. Dergelijke situaties kunnen heel intensief zijn. Als we daar beter mee kunnen omgaan, raken we minder snel in de war. Omdat bardo’s ook worden gezien als overgangssituaties zal ons dat zowel tijdens ons leven als tijdens ons sterven helpen.

 

13. Uiteenvallen van ons lichaam

Met deze inleidende beoefening ‘ervaren’ we wat het uiteenvallen van ons lichaam inhoudt op het moment van ons sterven. Door die ‘ervaring’ hoeven we er minder bang voor te zijn.

14. Essentiële phowa

Deze beoefening kunnen we voor onszelf doen zowel tijdens ons leven als ons sterven, met name als we weinig ervaring hebben met beoefenen. Deze beoefening wordt daarmee gezien als een soort EHBO-kit voor noodgevallen. Deze beoefening kunnen we verbinden met de beoefening van Amitabha (beoefening 19).

15. Droom- en slaapyoga

In droomyoga en de training in illusoire vormen leren we om te herkennen dat veel van wat we waarnemen, projecties zijn van onze geest. Als we dat herkennen kunnen we onze projecties aanpassen. In de slaapyoga leren we verbinding te maken met het natuurlijke heldere gewaarzijn, de essentie van onze geest. Alle drie de beoefeningen helpen ons zowel tijdens ons leven als tijdens ons sterven.

16. De behulpzame en/of innerlijke vriend(in)

Deze beoefening gaat over hoe we ons kunnen verhouden tot iemand tijdens diens pijn, lijden of ongemak (behulpzame vriend(in)), en hoe we met onszelf kunnen omgaan tijdens onze eigen pijn, lijden of ongemak (innerlijke vriend(in)). Deze beoefening is een belangrijke beoefening in alle bardos, omdat vriendschap met jezelf en vriendschap met de situaties om je heen belangrijk is in alle overgangssituaties. Ook geeft deze beoefening ons de mogelijkheid ons te verbinden met ons natuurlijke heldere gewaarzijn, als we in die situaties kunnen ontspannen.

17. Onderzoeken van onze geest

Deze beoefening (deels bestaand uit onderzoek) helpt ons om met een belangrijk aspect van onze eigen geest, namelijk een gebrek aan vaste identiteit, vertrouwd te raken. Als we daarmee vertrouwd zijn helpt ons dat in alle bardos. We hebben dan namelijk minder te verliezen. Als we in het niet-vinden van een vaste identiteit kunnen rusten, kunnen we ook gemakkelijker verbinding maken met het natuurlijke heldere gewaarzijn, de essentie van onze geest.

18. De beoefening van Chenrezig

De beoefening van Chenrezig (ook wel Avalokiteshvara genoemd) is een yidam beoefening. Deze beoefening helpt ons bij het ontwikkelen van mededogen voor onszelf en anderen. Mededogen voor onszelf en anderen is belangrijk in alle bardos.

19. Amitabha en het Zuivere Land

De beoefening van Amitabha en het Zuivere Land is ook een yidam beoefening. Deze beoefening helpt ons met name tijdens de overgangssituaties rond ons sterven omdat die beoefening ons kan verbinden met het natuurlijke heldere gewaarzijn. De beoefening kan gecombineerd worden met de essentiële phowa (beoefening 14).

20. Begeleiden bij het sterven

In de verschillende hoofdstukken en beoefeningen in het boek is een verscheidenheid aan opmerkingen gemaakt en adviezen gegeven over hoe het stervensproces in deze visie plaats vindt. Deze opmerkingen en adviezen zijn bij deze 20e beoefening op een rij gezet. Deze verscheidenheid aan adviezen kan de stervende helpen en kunnen diegenen helpen die de stervende ondersteunen bij diens stervensproces en in de periode daarna.
 

21. Rouwverwerking

Deze beoefening is bedoeld voor de de dierbaren die achterblijven en voor degenen die hen willen ondersteunen bij het verwerken van hun verlies.