Mededogen

Een maatschappelijk perspectief

Mededogen en maatschappij

In het boek van Sebo Ebbens ‘Vriendelijk en vol mededogen‘ wordt uitgebreid ingegaan op mededogen en het belang van mededogen. In deel 1 wordt ‘de theorie’ van mededogen toegelicht met veel voorbeelden. In deel 2 van het boek zijn diverse beoefeningen te vinden. In deel 1 wordt regelmatig naar deel 2 verwezen.

De onderstaande tekst is een aanvulling op het boek. De tekst betreft een eerste aanzet over een maatschappelijk perspectief op mededogen. Uit het stuk blijkt dat de maatschappelijke context het voor sommigen van ons niet altijd gemakkelijk maakt om meedogend te zijn. Voor anderen geldt dat juist de maatschappelijke context maakt dat het belangrijk is om meedogend te zijn. Het stuk is een eerste begin en wordt in de loop van de tijd vervolgd. 

 

Maatschappelijke context voor vriendelijkheid en mededogen, een eerste schets, Juni 2022

‘Ik heb geleerd dat we goede antwoorden kunnen vinden, 
zelfs bij moeilijke vragen,
als we altijd proberen de wereld te zien
door de ogen van anderen’
Bondskanselier Angela Merkel (2019) 

De maatschappelijke context waarin we leven heeft een sterke invloed op de wijze waarop we met elkaar omgaan en hoe we onze vriendelijkheid en ons mededogen naar onszelf en anderen inzetten. Hieronder een korte schets van die maatschappelijke context in de afgelopen jaren, die vooral gebaseerd is geweest op een sterk neo-liberalistische aanpak. 

Als het goed met ons gaat en veel mensen om ons heen het goed hebben is het niet zo moeilijk om vriendelijk en meedogend te zijn. In sommige situaties waarin dat niet het geval is, is het veel moeilijker om vriendelijk en/of meedogend te zijn. Dat geldt zowel voor situaties die zich direct om ons heen afspelen, als over de maatschappij waar wij in leven.

1. De afgelopen 50 jaar

Er hebben zich in de laatste 50 jaren in onze samenleving veel positieve veranderingen voorgedaan de welvaart is aanzienlijk toegenomen, we zijn gemiddeld gezonder, het gemiddeld opleidingsniveau is sterk gestegen, we hebben meer vrijheid, en ook de digitale revolutie heeft zich redelijk ontwikkeld. Deze ontwikkelingen hebben onmiskenbaar een relatie met de liberale traditie van de afgelopen 50 jaar (Brink, 2020). In die liberale traditie lag er een sterke klemtoon op twee uitgangspunten: de vrije markt, en de vrijheid, autonomie van elk individu.

Bij deze twee uitgangspunten zijn nu goed kritische kanttekeningen te plaatsen. Hieronder worden er een paar kort genoemd:

  1. De verwachtingen naar individuen in het liberale denken van de vrije markt waren hoog. Er werd verwacht dat iedereen zich verbeterde en kon verbeteren, mits die zich maar voldoende inzette. Velen konden niet aan die verwachting voldoen. Dat maakte dat sommige groepen zich achtergesteld voelden. 
  2. Er werd verwacht dat de privatisering van gemeenschappelijke voorzieningen zoals ziekenhuizen zorgde dat het effectiever zou worden uitgevoerd. Het is mede door de Corona crisis duidelijk geworden dat er ook grote nadelen aan deze privatisering te vinden zijn. Dat kwam ook omdat er tegelijk bezuinigingen plaats vonden De nadelen bleken groter dan verwacht. 
  3. De sterke klemtoon op het individu bedreigde de gemeenschapszin. Niet iedereen bleek zichzelf goed te kunnen redden. Een andere consequentie was dat de omgangsvormen minder aangenaam werden. Dat kwam door de houding van: ‘mij hoef je niks te vertellen’, of ‘dat maak ik zelf wel uit’. De onderlinge tolerantie of inschikkelijkheid is in die jaren duidelijk minder geworden. 
  4. Er ontstonden grotere verschillen tussen de armere en rijkere groepen in de maatschappij. Deze verschillen zijn in de afgelopen periode voor specifieke groepen toegenomen. Eén van de redenen daarvoor is de al eerder genoemde reden: niet iedereen kon die verwachte autonomie aan. Dat veroorzaakte bij bepaalde kwetsbare groepen armoede en isolement. Vader (2021) stelt dat ‘we zagen dat deze mensen verloren raakten maar dat we niets deden’. 
  5. Er ontstond een gevoel van verlies van nationale identiteit. Redenen daarvoor waren de migratie, in het bijzonder de toename van het aantal moslims, en de aansluiting bij de Europese Unie. Bij sommigen leidde dat tot het afwijzen van ‘de nieuwe Nederlanders’, en/of tot de afwijzing van het lidmaatschap van die Europese Unie. 

Leefomgeving

Naast de genoemde kanttekeningen zijn er ook enkele kritische kanttekeningen te maken wat betreft de consequenties voor onze directe leefomgeving. Er worden hier drie genoemd. 

  1. De uitputting van onze natuurlijke bronnen. Die uitputting geldt bijvoorbeeld voor de fossiele brandstoffen. Op dit moment is de beschikbaarheid daarvan niet gegarandeerd voor toekomstige generaties. Daarnaast zorgt de winning van grondstofvoorraden ook voor een aantasting van de milieuvoorraden en/of de biodiversiteit door emissies. Die gaan deels naar de lucht door gebruik van fossiele brandstoffen bij de winning, naar het water en de bodem door onder andere het wegspoelen van verontreinigingen tijdens de winning. 
  2. De klimaatcrisis.  De klimaatcrisis is o.a. ontstaan door de grote hoeveelheid CO2 die mede door de sterke groei van de economie o.a. in de lucht is gekomen en nog steeds komt. Daarnaast is het dumpen van chemisch afval van fabrieken en (micro)plastics die in de natuur terecht komen, een probleem voor onze leefomgeving.
  3. De oorlog in Oekraïne. De oorlog in Oekraïne heeft op dit moment een grote invloed op onze economie. 

Deze kritische kanttekeningen hebben een grote invloed op het leven en de toekomst van de jongeren van dit moment.

Een stem van een jongere
Hertog (2020): ‘Mij valt op dat veel bestuurders en politici al lang de kans gehad hebben om iets aan bijvoorbeeld de aanpak van klimaatverandering iets te doen en dat niet deden. Terwijl wij als jongeren veel langer dan hen op deze aarde leven en er meer baat bij hebben. Daar kan ik niet bij. Ze zijn niet gaan handelen en praten dat vervolgens goed. Dat verbaast me en maakt me ook boos …’

Nadelen van het autonomie-denken

Uit deze 8 kritische kanttekeningen is de conclusie te trekken dat het liberalisme naast een aantal voordelen ook een groot aantal nadelen heeft gekend. We zijn in elk grofweg geval twee conclusies te trekken:

  1. Het mensbeeld van de zelfredzame burger die actief participeert en zijn zaakjes voor elkaar heeft, gaat het goed.  Als die zelfredzaamheid, die autonomie, er niet of veel minder is, zijn er voor die burgers grote problemen. Het gaat dan vaak om mensen met een beperking, arme mensen, mensen van een lager sociaal milieu. Die lijst is gemakkelijk aan te vullen.

    Daar komt bij dat er over die mensen wordt beslist door de mensen die het minst kwetsbaar zijn en met de grootstee privileges, opleiding, bankrekening, enzovoort. Dit soort factoren maakte dat  … sommige mensen konden de eisen van autonomie niet aan (1); de verschillen tussen de armere en rijkere groepen zijn vergroot (2); de onderlinge omgang werd er niet beter op (3); er vond vervreemding plaats vanuit de klemtoon op internationalisering (4);

  2. Er waren grote nadelen voor onze leefomgeving.
    We kiezen als eerste het perspectief van het nadeel van deze ontwikkeling van het denken in termen van autonomie, de groeiende ongelijkheid, en de relatie daartussen. Sandel (2020) schrijft daar regelmatig over. Hij schrijft: ‘er ligt een grote schaduw over onze samenleving. Dat is het idee dat alles onze eigen verdienste is, zowel ons succes als ons falen. Het is een gedachte die de ego van de winnaars streelt en dat van de verliezers verwondt’. De consequenties van dat denken is groot. Een van de gevolgen is dat de winnaars bij de groeiende ongelijkheid dat ook als zodanig hebben beoordeeld. Het is hun succes. Zij hebben dat succes wel en anderen niet. Voor de verliezers geldt hetzelfde. Zij konden niet aan de verwachting voldoen en zijn dus ‘mislukt’. Het resultaat daarvan is wrok. Volgens Sandel is die wrok de grondtoon van het populisme, het is de wrok tegen diegenen die wel succesvol zijn. Dit sluit direct aan bij de opvatting van het neo-liberalisme. Die stelt dat winnaars het succes aan zichzelf te danken hebben.

Dit effect levert de maatschappij schade op. Dat effect is ook niet via de economie op te lossen, omdat het gebaseerd is op de onderlinge omgang van groepen mensen. Dit is ontwrichtend: sommige mensen zijn beter dan andere, sommige mensen zijn meer waard dan andere, anderen zijn minder waard. Het is ontwrichtend dat sommige groepen in onze maatschappij erkenning en aanzien missen. De klemtoon op de autonomie van het individu, de klemtoon op economische groei, en het gebrek aan sociale samenhang, heeft voor sommige mensen ontwrichtend uitgepakt. 

Nadelen denken in termen van globalisering

Het liberalisme kent nog een nadeel. Sandel (2020) schrijft: ‘het idee van de lage prijzen door verplaatsing van het maken van goederen naar ontwikkelingslanden, maakt dat wij als burgers vooral beschouwd werden als consumenten’. Door dat te doen, worden we minder beschouwd als producenten. Iets produceren heeft te maken met waarde van werk en de waardigheid van werk. Door de burgers te beschouwen als consumenten hebben we ze iets afgenomen. Dit gold opnieuwe voor de lagere groep opgeleiden. Laagopgeleiden bleken zowel in de VS als in Europa de minst gewaardeerde groep. Zij ervaren de veranderingen die zij ondergaan, het sterkste. Zij voelen zich verantwoordelijk voor hun eigen falen. Zo ontstaat een laag zelfbeeld. Bij de ‘succesvolle mensen’ is dat niet het geval.

Nadeel denken in termen van iedereen dezelfde kansen

Mensen die pleiten voor gelijke kansen voor iedereen, vergeten vaak dat hun eigen gelijke kansen mede gerealiseerd zijn door hun eigen opvoeding en zoals iemand zei: een portie geluk. Ze zijn vaak op weg geholpen door hun ouders, hun docenten, hun gemeenschap. Als de ouders, de opvoeding en de eigen gemeenschap minder krachtig was, was het succes vaak minder. Ook de tijd speelt een belangrijke rol. Waar vroeger handwerk meer gewaardeerd werd, wordt nu computerwerk meer gewaardeerd. De vraag is daarmee vooral waar de samenleving waarde aan toekent. Zo is er veel waarde aan het opvoeden van een kind, maar dat wordt niet of nauwelijks beloond in economische termen. De Corona crisis heeft ons geleerd dat bijvoorbeeld verplegers en verpleegsters in ziekenhuizen een bijzonder belangrijke rol gespeeld hebben terwijl een grotere beloning niet mogelijk bleek. De vraag wordt daarmee niet alleen een vraag van nut, maar een vraag van gelijkwaardigheid van iedereen. Iedereen is gelijkwaardig en draagt op een eigen manier aan de samenleving bij. Laten we met die grondslag maar beginnen. Die gelijkwaardigheid is ook de grondslag van het boek ‘Vriendelijk en vol mededogen’. 

Wordt vervolgd.