Aspiraties voor vriendelijkheid en mededogen

Wanneer we vriendelijk en/of meedogend willen zijn, helpt het ons wanneer we daartoe vooraf een intentie of aspiratie ontwikkelen. Hier spreken we over aspiratie. Door een aspiratie te formuleren maken we onszelf duidelijk wat we nastreven, wat voor ons belangrijk is. Als we de aspiratie daarnaast regelmatig hardop uitspreken naar anderen, of met anderen bespreken, wordt de wens en de behoefte groter om die aspiratie ook werkelijk vorm te geven.
Belangrijk is dat we die aspiraties kiezen die voor ons ook werkelijk betekenisvol zijn. Vanuit een boeddhistische perspectief is het altijd belangrijk dat de aspiratie het lijden in de wereld verzacht of vermindert.

Hieronder een toelichting op het gebruik van aspiraties en tot slot wat voorbeelden van aspiraties die we kunnen inzetten om vriendelijker en meedogender te worden.

Omschrijving vriendelijkheid, mededogen
Als we vriendelijkheid of mededogen nastreven, is het goed die begrippen vooraf te verhelderen.

Vriendelijk impliceert dat we herkennen en erkennen wat er is. Door het te erkennen, accepteren we dat het er is. Dat is vriendschap. Wanneer we agressief of afwijzend zijn, erkennen we niet wat er is. Dan willen we het niet zoals het zich aan ons voordoet. We willen dan bijvoorbeeld dat het zich naar onze opvattingen voegt. Uiteindelijk levert dat gedoe op, omdat we iets van de werkelijkheid willen maken wat het niet is. De beoefening van meditatie helpt sterk bij de ontwikkeling van vriendelijkheid voor onszelf. Zie shamatha meditatie op deze website. De reden daarvoor is dat in de shamtaha meditatie erkennen wat er is.  Dat kan leuk zijn, het kan ook minder leuk zijn. Zie ook de werkwijze van vriendschap sluiten met onszelf in vier stappen op deze website.

Mededogen gaat een stap verder dan vriendelijkheid. Mededogen heeft als doel om anderen (en onszelf) proberen te steunen bij het verminderen of oplossen van lijden/gedoe en de oorzaak van lijden/gedoe. Mededogen wordt in het boeddhisme vaak omschreven als het meevoelen met het lijden en gedoe van de ander zonder de ander te zijn. We ervaren en begrijpen daardoor wat de ander meemaakt maar we blijven zelf in ons gezonde deel. Als we in staat zijn om mee te voelen of te ervaren, en daarbij terughoudend zijn in onze handelingen naar die ander, kunnen we de ander vanuit gelijkwaardigheid ondersteunen.

Stappenplan
Eén van de belangrijkste aspiraties in het boeddhisme is dat we het lijden, het gedoe proberen te verzachten of op te heffen bij onszelf en anderen en daarmee zoveel mogelijk mensen helpen gelukkig te worden. Het is mogelijk deze wens op te delen in een stappenplan:

  1. Het minste wat we kunnen doen is onszelf en anderen geen schade berokkenen. Dat betekent dat we open staan, niet afwijzen, het gedoe van anderen niet versterken (niet roddelen, niet stelen, …). Dit wensen is een prima aspiratie.
  2. We kunnen een grotere stap zetten. We kunnen proberen het lijden en gedoe van iemand te verzachten, te verzwakken. Een voorbeeld: we kunnen de aspiratie uitspreken om ‘pas over iemand te praten als we voor die tijd met die persoon zelf gesproken hebben’. De aspiraties wordt dan ‘wel met iemand en niet over iemand te praten’. Dit is een krachtige aspiratie.
  3. We kunnen een nog grotere stap maken. We kunnen ons uiterste best doen om te helpen het lijden en gedoe van onszelf en anderen mee te helpen oplossen. We zorgen er dan mede voor dat wij allemaal vrij raken van lijden/gedoe. Dat is een grote aspiratie. Als we dat zouden willen moeten we daartoe zeer gemotiveerd zijn.

Het is niet gemakkelijk
Wanneer we ons hierin verdiepen beseffen we steeds beter waar het over gaat, wanneer we we onze vriendelijkheid en ons mededogen verder willen ontwikkelen. We zien dan tegelijk hoe lastig dat is. Er ontstaan bijgedachten als: ‘hoe moet ik dit doen?’; ‘ik wil wel aardig zijn, maar dan moet de ander ook aardig zijn’; of: ‘straks krijg ik de kous op de kop’. Toch zijn er goede redenen om dat wel te proberen.

We hebben in ons leven vast ontdekt dat als iedereen om ons heen het goed heeft, het voor ons gemakkelijker is het ook goed te hebben. En andersom. Als we bijvoorbeeld een slechte werksituatie kennen verliezen we veel energie in al het gedoe. Als de werksituatie goed is, gaat niet alleen ons werk beter maar ook het werk van de anderen. Op dezelfde manier geldt dat, als anderen om ons heen vriendelijk zijn, het voor ons gemakkelijker is dat ook te zijn. Datzelfde geldt voor mededogen.

Om die reden is het meer dan een goed idee dat wij zelf met vriendelijkheid en mededogen beginnen, en anderen toewensen dat ze gelukkig zijn, het goed zullen hebben, beter in balans zijn, minder gedoe hebben, of wat we ze ook maar toewensen. Dat doen helpt onszelf, maar het helpt ons allemaal. We moeten dat wel intelligent doen. We moeten wel nadenken wat wij onze omgeving toewensen. We moeten even goed nagaan wat het beste is om in een bepaalde situatie te doen. Zo is een verwend kind een snoepje toewensen en daarna een snoepje geven, voor het kind niet echt behulpzaam. Het formuleren van een goede aspiratie vraagt daarom aandacht.

Aspiraties kunnen altijd!
We komen vaak in situaties waarin het moeilijk is om het goede te doen. Als bijvoorbeeld iemand agressief naar ons is en niet wil luisteren is het moeilijk daar vanuit een goede intentie op te reageren. In elk geval is het niet behulpzaam om die agressie met agressie te beantwoorden. Dat is in strijd met onze aspiratie het lijden/gedoe te verminderen of in elk geval niet te versterken. Zie hierboven. We moeten daarom op zoek naar andere middelen. Wat we in elk geval kunnen doen, is het uitspreken van de aspiratie: ‘ik wil graag dat iedereen vrij is van agressie’; of: ‘moge de agressie in situaties als deze verminderen’. We kunnen dat een tijdje doen om daarna te proberen weer contact met deze persoon te krijgen.

Door een aspiratie als deze te formuleren en uit te spreken maken we helderder voor onszelf wat we willen. Door de aspiratie creëren we een spiegel voor onszelf waarin we naar onszelf kunnen kijken. Zo kan zo’n aspiratie ons helpen om na te denken over ook onze eigen agressie of non-agressie. Wanneer we geen agressie meer willen, moeten we het in elk geval zelf niet meer doen. Tegelijk moeten we ook alternatieven creëren. Door de aspiratie te bedenken en uit te spreken gaan we er een verbinding mee aan. De veronderstelling is dat dergelijke aspiraties een behoorlijke impact op ons en andermans leven kunnen hebben als we ze regelmatig uitspreken. Uiteindelijk zorgt het regelmatig uitspreken er ook voor dat we het ook willen doen.

We doen al veel aspiraties en we doen dat de hele dag door. Zo is iemand goedendag wensen een aspiratie: ‘moge je een goede dag hebben’. Zo is ‘het ga je goed’ of ‘tot ziens’ een aspiratie. Belangrijk bij de aspiratie is dat we het werkelijk menen. Een onderdeel daarvan in boeddhistische zin is dat we altijd de verzachting of opheffing van ons eigen en andermans lijden/gedoe nastreven.

De aspiratie moet betekenisvol zijn
Hoe komen we tot een betekenisvolle spirituele aspiratie? We komen daar allereerst door te reflecteren op wat ons in ons leven overkomt aan lijden en gedoe en wat we niet langer willen. Zo kan er familiegedoe zijn, of werkgedoe. Als we daar vervelende dingen tegenkomen die we niet langer willen, of als we zelf steeds gedragingen of opmerkingen hebben naar anderen die vervelende situaties met zich mee brengen, beginnen we met het formuleren van een aspiratie. Dat kan iets zijn als: ‘ik wil dat vanaf nu niet meer doen. Wat ik wel wil doen is …’. We beginnen in elk geval niet met: ‘als zij nu veranderen, dan zal het vanaf nu beter gaan’. Nee, we zeggen: ‘als ik vanaf nu me anders gedraag zal het beter gaan’. We kunnen immers alleen direct invloed op onszelf uitoefenen en indirect invloed uitoefenen op anderen. Bovendien is de verandering iets dat wij willen. Het is onze aspiratie. Uiteindelijk is het belangrijk om een aspiratie te kiezen die we aan kunnen, die voor ons realistisch is. Een aspiratie met daarmee voldoen aan drie kenmerken:

  1. We moeten zeker weten dat we iets niet langer willen (of voor onszelf of voor anderen);
  2. We moeten helder hebben wat we wel willen;
  3. We moeten de aspiratie realistisch maken. Uiteindelijk (niet in het begin) hebben we ook de vaardige middelen nodig om ervoor te zorgen dat we een en ander ook werkelijk in praktijk kunnen brengen.

Deze drie kenmerken tezamen leveren een betekenisvolle en realistische aspiratie op. Het is met name belangrijk om het motief van ‘zeker weten wat we niet langer willen’ om te zetten in ‘een visie op wat we wel willen’.

Oefenen
Het uitspreken van een aspiratie kunnen we tijdens onze meditatie doen. We kunnen het oo inzetten vlak voor de situatie waarin die aspiratie een rol speelt. Dat kan aan het begin van een werkdag zijn, aan het begin van een familiebijeenkomst, … waar dan ook. Tijdens de bijeenkomst kunnen we de aspiratie regelmatig herhalen. Aan het eind van de dag kunnen we er op reflecteren hoe de aspiratie ons geholpen heeft.

Dagelijkse aspiraties:

  1. Het ga je goed; ik hoop dat je een prettige dag hebt ( ‘goedendag’); goed nieuwjaar; tot spoedig ziens; de beste wensen; ik wens je het allerbeste; het ga je goed; prettige thuisreis; …

Dit zijn prima aspiraties, gewoon aardig bedoeld.

  1. ik wil graag stoppen met roken, met snoepen, met nagelbijten, met …

Vanuit betekenisvolheid is ‘stoppen met iets’ niet genoeg. Er moet vooral zekerheid zijn over dat je het roken of wat dan ook niet langer wilt, en je moet een alternatief hebben, een visie op wat je wel wilt. Een voorbeeld van het eerste: zien hoe roken je gezondheid slecht beïnvloedt; zien hoe roken je adem benauwt, ervaren hoe je bovenaan de trap eerst 5 minuten nodig hebt om weer bij te komen. Een voorbeeld van het tweede: meer adem willen, langer willen leven, je gezonder voelen, …. Daarna komen de vaardige handelwijzen waarmee we dat kunnen vormgeven. Eerst echter moeten we wat willen, hebben we een aspiratie nodig.

Boeddhistische, spirituele aspiraties
In het boeddhisme of andere spirituele tradities geldt vrijwel altijd dat de aspiratie gericht moet zijn op het verminderen of verzachten van het lijden, gedoe van onszelf of anderen.

  1. De aspiratie: ‘Mogen alle voelende wezens geluk en de oorsprong van geluk genieten’. Dit gaat om vriendelijkheid, erkennen van wat er is. Zie de werkwijze van vriendelijkheid ontwikkelen op deze website
  2. De aspiratie: ‘Mogen alle voelende wezens vrij zijn van lijden en de oorsprong van lijden’. Dit gaat over de ontwikkeling van mededogen. Zie de werkwijze van tonglen op deze website
  3. De aspiratie van ‘goed in het begin, midden en einde’. Deze aspiratie is goed in te zetten in ons dagelijks leven. Zie vooral ‘goed in het begin’ bij de werkwijze van goed in het begin, midden en einde op deze website. In dat eerste deel zit de aspiratie.
  4. De aspiratie ten behoeve van meer mededogen op ons werk. Zie de werkwijze van vijf spreuken voor versterking van mededogen op ons werk op deze website. Die gaat over hoe we helder en duidelijk kunnen zijn naar anderen en daarbij mededogen een belangrijke rol te laten spelen. Zie de werkwijze van uitdagende en meedogende vriend op deze website.
  5. De aspiratie van vriendschap sluiten met onszelf. Zie de werkwijze van vier stappen in vriendschap sluiten met onszelf op deze website.
  6. De aspiratie van meer geduld hebben, langer te wachten tot de ander er klaar voor is. Zie de werkwijze van geduld op deze website.
  7. Zelf een aspiratie toevoegen …

Op dezelfde wijze zijn veel van de werkwijzen op deze website ook in te zetten als aspiraties.